
Kwarts of koolstofvezel? Kiezen voor de juiste warmtebron Wanneer we infraroodlampen maken, kiezen we meestal voor één van twee opties: kwarts of koolstofvezel. Beide materialen werken prima, maar ze hebben totaal verschillende eigenschappen wanneer ze worden gebruikt in een fabriek. Het voordeel van kwarts Stel je voor dat er een wolframdraadje zich bevindt in een buis van hoogwaardig kwarts. Het apparaat is dus ontworpen om snel warm te worden. De maximale temperatuur wordt al bereikt zodra je het apparaat aanzet. Als je PET gaat blazen of iets moet opwarmen op korte termijn, is kwarts de beste keuze. Het werkt gewoon heel snel. Echt razendsnel. Maar er is een nadeel: kwarts is gevoelig. Als er zelfs maar een klein barstje in de glazen buis komt, gaat het apparaat kapot. Je moet er dus goed voor zorgen. Koolstofvezel als alternatief Koolstofvezel is een ander type materiaal. In plaats van draden gebruiken we hier geleidende koolstofvezels. De warmte die wordt geproduceerd is anders – het gaat om golven met een gemiddelde tot lange golflengte. Er zijn geen ‘ hete plekken’, zoals bij traditionele koils. Hierdoor wordt de warmte gelijmerd verdeeld over het oppervlak. Bovendien is koolstofvezel zeer stevig. Het kan veel stress aan. Als je apparaten veel trillen of bewegen, zal koolstofvezel niet zo gemakkelijk breken als glas. Welk materiaal past het beste bij jouw apparatuur? Het hangt vooral af van de tijd die je nodig hebt om het materiaal op te warmen. Kwarts levert een intense hoeveelheid warmte op, maar je moet goed opletten dat de koelfans goed werken, zodat het apparaat niet oververhit raakt. Koolstofvezel blijft aan de buitenkant koeler, maar verwarmt het materiaal dieper. Nog een tip: houd voldoende afstand tussen de lampen. Op deze manier voorkom je dat er overlappingen van warmtezones zijn, waardoor het materiaal kan beschadigen.